donderdag 30 maart 2017

Bloter

Ik ben ineens toch een portie zenuwachtig voor die MRI!
Niet omdat er misschien iets aan de hand is, want dat geloof ik niet, maar omdat ik het niet ken. Wat kan ik verwachten?
Ik pakte net de brief er nog maar eens bij en ziet, al mijn vragen worden erin beantwoord. Wat een sukkel ben ik zeg, dat ik die brief niet eerder helemaal doorlas.
Er stond ook in dat haarlak en make-up niet mogen omdat er metaaldeeltjes in zitten. Dus ik heb net opnieuw mijn haren gewassen en mijn make-up maar weer verwijderd.
Ik heb ook blote benen. Een bloot gezicht en blote benen. Verder draag ik een dik vest ter compensatie.
Cosmetica compensatie.

Gisteravond sprak ik een tijdje met Mariska van Kolck. Wat een leuk mens lijkt me dat.
Zij draagt in deze voorstelling ook geen make-up, ze moet alles er zelfs afboenen voor ze het toneel op gaat.
Dat deed me denken aan Carrie Tefsen die voor haar rol in ’t Schaep met de 5 poten zo zwaar geschminkt wordt dat ze lelijk en ongeschminkt lijkt. Die was eens heel verontwaardigd dat mensen denken dat zij er zo uitziet als ze geen make-up op heeft.

Dus ik ga er henen, kleed me uit, bloot & nakend, krijg een ziekenhuisgeval aan en ga op een tafel liggen waar ik een koptelefoon op mijn oren krijg met muziek die ik ook zelf mag meenemen.
Helaas weet ik niet meer zo veel van muziek. Of zal ik een oude cd van Tsjaikovski meenemen? Met dat vioolconcert in D? Of Earth Wind & Fire of Ella Fitzgerald of The Köln Concert? Lenny Kravitz, Arling & Cameron, Radiohead, Lucinda Williams?
Fuck it, ik ga wel zonder muziek.
Bloter kan ik toch al niet.


woensdag 29 maart 2017

Onder Medici

Het is half 8 en ik sta op scherp want ik moet niet wéér vergeten de medische wereld te bellen om afspraken te maken en af te zeggen.
Afzeggen hoort maximaal 24 uur voor de bestaande afspraak, heb ik dertig jaar geleden geleerd. Dat moest van verzekeringsmaatschappijen. De mijne is duur genoeg om iets door de vingers te zien en verdorie, nu ga ik dus nadenken over de logistieke communicatieve uitwisselingen tussen behandelaar, in dit geval de uit Afghanistan gevluchte Mondhygieniste, en de verzekeraar, in dit geval een grote organisatie met tentakels en wetten en ijzeren vuisten.
Mijn mondhygieniste is in Kabul afgestudeerd als civiel ingenieur.
Ik zou haar met alle liefde alle bruggen in mijn mond laten behandelen als ik die had, maar dat zeg ik nooit hardop want ik weet niet waar goedkope grapjes toe leiden voor een persoon die achterover geleund in een tandartsstoel al genoeg bloed ziet rondvliegen.
We praten nu over Delhi in India waar ik nèt andere wijken heb bezocht dan zij, op haar eerste halte naar veiligheid.

Ik wil de afspraak verplaatsen omdat ik later op de dag een MRI krijg en genoeg andere zaken te doen heb op mijn vrije dag.
Over mijn neuroloog weet ik nog niets.
Toen ik er laatst was wierp hij een blik op mijn bolle boomgaardbuik.
Ik fronste naar hem.
Ik fronste ook naar mij omdat ik alweer op het punt stond om mijn vleesbomen-fruitbomen-boomgaard-grapje te maken en ik juist van plan was om eens niet persoonlijk te worden met de medici onder ons.
Bovendien gaat dat zo'n hersenman niets aan.
En hij hóeft zich mij ook helemaal niet te herinneren. We vergeten al veel te weinig.



woensdag 22 maart 2017

Schilders in het wild

Ik heb er een woeste ochtend op zitten.
Eerst stuurden de schoonmaakdames me naar de Action voor neonkleurige microvezeldweilen, daarna haalde ik vergeten loon voor ze bij de pinautomaat, en in plaats van even uitrusten leek het me een goed idee om alle boodschappen alvast te doen zodat ik de rest van de dag ongestoord thuis kon werken.
Dus een beetje jammer was het wel dat bij het afrekenen in de Albert Heijn bleek dat ik helemaal niet kon afrekenen omdat ik de pinpas op de keukentafel had laten liggen.
Ik liep met lege handen naar huis. Voor de zesde keer de schilders bij nummer 8 toeknikkend.
“Je houdt wel van wandelen hè?” zei de grote schilder toen ik met bankpas weer richting winkelcentrum toog.
“Wel als ik steeds wat vergeet,” zei ik wat echt werkelijk helemaal nergens op sloeg maar waar we wel om lachten. Ik houd wel van wandelen als ik steeds wat vergeet?
Een beleefdheidsopmerking, een beleefdheidsantwoord en een idioot gehinnik.
Wat doen mensen elkaar áán op straat!
De grote schilder dacht hetzelfde.
De achtste keer dat ik voorbij nummer 8 kwam stond hij wijdbeens naar de kleine schilder te kijken die bovenop de steiger het kozijn van een dakraam witter maakte.
“Anders moet je dat zo maar even doen,” riep hij naar boven.
Ontzettend nietszeggend natuurlijk.
"Huh?" riep de kleine schilder dan ook terug.
Ik stopte de telefoon weg die ik al tevoorschijn had gehaald om een achtste keer geknik te voorkomen. De enige manier om dit leuk te maken is om standaardopmerkingen paraat te hebben die nog minder ergens op slaan dan wat wij er zojuist uitgooiden.
"Trosrozen moet je superschuin afsnijden," bijvoorbeeld.
Of "Ik ben nog nooit op wintersport geweest."
Toch maar eens uitproberen straks.



maandag 20 maart 2017

Sanseveria's

Ik heb koffiegezet en boodschappen gedaan en wacht nu op de dame die bij mij die koffie wil komen drinken want misschien kunnen we iets voor elkaar doen, zei ze.
Ik heb geen idee wat dat zou kunnen zijn.
Wel herinner ik me een netwerkbijeenkomst en uitwisseling van visitekaartjes en een “laten we eens samen koffie gaan drinken”. Meestal volgt dan een frivole afspraak elders, niet bij mij thuis.

Alhoewel de overbuurman laatst ook al zo serieus reageerde.
Ik maakte hem een compliment over zijn reeks sanseveria’s in zijn vensterbank.
Ik vind ze leuk. En lekker kneuterig.
Dus toen hij na dat compliment zei: binnenkort ga ik ze verstekken, heb je er belang bij? zei ik natuurlijk Ja.
Zaterdag belde hij aan, halfzittend op zijn fiets met een grote zak potaarde op de bagagedrager balancerend. Hij ging ze die middag verpotten, of ik nog steeds belangstelling had.
Natuurlijk, zei ik.
Nu liggen ze al twee dagen in de motregen achter het huis.
Ik moet checken of ik genoeg potaarde heb en ik moet potten of bakken kopen. En ik moet niet vergeten dat ze van koude thee houden.

Mensen komen steeds meer bij me binnen. Ik roep ook steeds vaker Kom maar door de achterdeur.
Het verrast me wel.
Net zoals ik de laatste tijd pas opmerk hoe vaak ik op straat, lopend en op de fiets, mensen in de ogen kijk, hoeveel contact ik eigenlijk heb of kan hebben als ik dat zou willen.
Laatst kwam ik Henk tegen die ik niet ken maar die een oranje T-shirt droeg met daarop groot HENK en iets kleiner: Marathon New York.
Henk was aan het joggen.
Als hij me in de ogen had gekeken had ik Go Henk geroepen maar hardlopers kijken alleen andere hardlopers aan.




maandag 13 maart 2017

Hidden Figures



Een lange lege Eigen Dag blijft nooit lang leeg.
Ik las, ik deed de was, en wat boodschappen. Ik verschoonde een bed en stapte aan het eind van de middag op de fiets om naar de film te gaan. 
De kassa was dicht, ik moest mijn kaartje kopen met de wijn.
"U bent nog de enige," zei het meisje. Ik dacht: dat gaat ook vast niet meer veranderen.
De zaal was heerlijk leeg. Ik koos een mooie plek met veel beenruimte want ik mag graag meer ruimte innemen dan nodig is omdat ik mijzelf altijd groter inschat dan ik ben. Als ik naast iemand loop en ik vang een glimp op van ons in de weerspiegeling van een etalageruit dan kan ik mijn verbazing nooit onderdrukken.
Als ik echt zo klein ben, hoor ik me dan niet ook veel bescheidener op te stellen? Meer respect te hebben voor de grotere en bredere mens onder ons?
En dan weet ik weer dat het heel fijn is dat ik dat lengteverschil nooit door heb. Het verwart me te veel.
De film was Hidden Figures. Ik zag hoe de drie dames, superslim, leuk, gelukkig in de liefde, wel binnen de grenzen bleven van de raciale voorschriften uit de Amerikaanse jaren zestig, maar zich niet lieten dwarszitten als het ging om hun eigen capaciteiten.
Ze keken niet naar anderen, maten zich niet naar andere mensen, maar gingen uit van zichzelf en vonden dat niet meer dan logisch.

Ze kregen het trouwens allemaal: liefde én carrière.
Daar waar de witte mensen in La La Land maar één van beiden konden krijgen. Volgens mij heb ik juist dáár om gesnikt, toen.
Om Hidden Figures heb ik geen traan gelaten. Ik voelde een paar keer plaatsvervangend plezier en trots opzwellen. Blijdschap ook om wat ze voor elkaar kregen. De eerste vrouwelijke, zwarte ingenieur worden bijvoorbeeld.
Historisch correcte feelgood film, waarin ze alles krijgen.
Prachtig.

Met een blij gevoel zat ik daarna twee uur een discussie in het Engels te volgen over kopie en originaliteit in de kunst waar ik geen oordeel over hoefde te hebben. Ook wel eens fijn.



zaterdag 11 maart 2017

Sans

"Ze zeggen dat het geen hersentumor is", is mijn nieuwe opening als iemand me vraagt hoe het met me gaat.
De eerste keer dat ik zo'n spectaculaire aanval had riep ik enthousiast naar de keuken "Cor kom eens kijken wat ik nou heb! Ik kan niet meer lezen!" en ik zei de woorden uit mijn boek waarvan ik wist dat ze niet juist waren maar ik kon het niet helpen. De woorden bereikten mijn mond niet. Halverwege de lijn Oog-Brein zat een wisselstoring. 
De lol ging er vanaf toen het na een paar minuten niet beter werd.
Ik knipperde flink met mijn ogen en verruilde mijn Engelse boek voor een Nederlandse en gaf het op. Ik ging naar bed. De Agatha Christie die ik voor het gemak meenam hielp ook al niet.

Datzelfde gebeurde me in november nog eens, al trok dat toen snel weg, en vorige week vrijdag was het weer raak. Het vervelende was dat ik toen aan het werk was.
Ik deed mijn ogen dicht en open en begreep niets van de letters hoe lang ik ook naar het scherm staarde. 
Mijn afspraak was er, zei een collega en opgelucht pakte ik mijn spullen. 
Ik weet nog dat ik me aan hem voorstelde, ik weet ook nog dat ik me afvroeg of het wel normale woorden waren die uit mijn mond kwamen.
Ik durfde nauwelijks nog iets te zeggen en zette mijn luisterende gezicht op terwijl ik absoluut niet begreep wat hij zei. Halverwege de lijn Oor-Brein zat vandaag ook een wisselstoring.

Hoe laat ik niemand merken dat ik eventjes ergens last van heb?
Ik koos voor entertainment. Laat ik mijzelf maar vermaken zolang dit duurt. Want is het niet enorm grappig als ik een gesprek door zou kunnen komen zonder echt iets toe te voegen? Zou dat ook niet mogelijk moeten zijn met een dergelijke afspraak? Hoe werkt dat eigenlijk?
Superinteressant vraagstuk, zeker op de vrijdagmiddag. 
Dus ik knikte heel goed.
Ik knikte kritisch, en belangstellend.
Ik knikte intelligent en cynisch.
Ik fronste, hield mijn hoofd schuin en knikte nadenkend.
Maar ik hield het niet lang vol.
Ten eerste vond ik dat niet eerlijk naar die jongen toe en ten tweede was het reuze vermoeiend.

Ik greep naar mijn hoofd, stootte er "Hoofdpijn" uit, schudde zijn hand en nam papier van hem aan.
De huisarts die ik belde en in fruffelig gebrabbel probeerde uit te leggen wat ik ervaarde sommeerde me ogenblikkelijk te komen en mijn directeur die ik apart nam deed meteen tia-testen die ik lijdzaam onderging. Ik juich de BHV reflexen van harte toe.
Bij de huisarts bleek ik niet alleen vreselijke bloedarmoede te hebben maar ook, waarschijnlijk, geen hersentumor. Wat fijn is want nu weet ik waarom ik toch zo doorlopend moe ben. En geen hersentumor hebben is ook fijn natuurlijk.
De neuroloog maandagochtend bevestigde het idee van migraine sans migraine of aura migraine en plande voor de zekerheid een MRI scan.
Die krijg ik over een week of vier.

Nu nog een geheim teken afspreken met mijn collega's voor als ik weer de mist in ga en blubberige taal naar buiten fruffel. Het liefst kies ik iets banaals als twee vingers in de neus of een pirouette, dan heeft iedereen er nog een beetje lol aan. Tips zijn welkom.



donderdag 2 maart 2017

Poëtische runnershigh

Ik word katsgekhyper van die schrijversvakschool.
Bij elk gedicht dat ik er uit gooi ervaar ik een runnershigh. Dit is toch het beste dat je kan overkomen? Terwijl mijn fysio werkt aan de overbelasting van de knie en ik al maanden geen meter hardloop pik ik de mooie kanten toch nog steeds mee.
En gedichten, ja jezus.
Ik beken dat ik ben bekeerd.
Ik blijk helemaal niet te lui om ze te lezen of te proberen ze te begrijpen. Dankzij de poëziekennis van ons klasje en het gebrek aan bleue mensen leer ik me te barsten.
Poeh. Vandaag geen suiker voor mij. Ik ben even in de boekwinkel een bundel van Ester Naomi Perquin kopen.



maandag 20 februari 2017

Zoveel

Ik eet een soepje met een vriendin in Huis de Beurs.
Het drama in haar familie maakt haar dunner dan ooit. De soep eten we langzaam terwijl zij vertelt en ik mijn vragen stel.
Daarna loop ik over de Vismarkt en Tussen beide Markten naar Van der Velde waar oud-collega's naar een andere oud-collega luisteren maar ik heb de verkeerde boekhandel gekozen. Bovendien is het al een uur na aanvang. Ik dwaal wat rond, pak het boek van Georgina Verbaan op en maak ruimte voor de man naast mij die een foto maakt van een boek dat naast Georgina ligt.
"Mooie cover," zeg ik.
"O hee hoi," zegt hij. "Dat ook, maar ik ken de schrijver en wil hem laten weten dat zijn boek hier ook ligt."
Mijn brein slinkt, ik herken de man niet. Hij lijkt op een Herman en hij zei "O hee hoi" en ik herken hem niet.
Hij heeft zich omgedraaid. Gelukkig, want ik loop nog steeds te graven naar zijn naam. En jammer, want door een gesprek zou ik op zijn naam kunnen komen.
Ik grasduin door boeken en voel een wanhoop opkomen. Zoveel boeken, zo weinig tijd om te lezen. Zoveel te zeggen en te doen en te kijken en te beleven.
Teveel mensen voor wie de tijd nog sneller loopt dan voor mij.